Hoofdstuk 1 t/m 4

1. Tussenjaar

 

 

Ik heb twee volwassen kinderen, een man en een hond. Ik voel me jong, ondanks mijn leeftijd en kan nog prima meedoen in allerlei gezelschappen.

Vandaag is mijn dochter jarig, ze wordt 25 en geeft een feest. Uiteraard ben ik van de partij. Het is een drukte van jewelste vol jonge vrolijke feestgangers, die dansen, flirten en bier drinken. In dit gezelschap val ik helemaal niet op, ik pas er zelfs perfect tussen en babbel luidruchtig mee.

Een feestganger komt vrolijk lachend op me af en biedt me een drankje aan. Ik ken de jongeman nog niet, ik stel me voor en zeg dat ik wel een wit wijntje lust. Terwijl hij zich omdraait naar de keuken, vraag ik me ineens af hoe mijn haar zit.

De jongen reikt me het wijntje aan en zegt: “En, ben jij al met pensioen?”

Ik schrik. Het wijntje drink ik in twee slokken op en ik vertrek naar huis. De twijfel slaat toe. Ik voel me jong; in mijn hoofd ben ik eerder een mid-dertiger dan een bijna pensionado.

Heb ik genoeg plezier gemaakt? Heb ik alles gedaan wat ik altijd al wilde? Of ben ik te serieus geworden? Ik heb geen idee. Mijn gedachten schieten van links naar rechts, ik doe geen oog dicht die nacht. Ik heb een plan nodig, ik moet een doel stellen, weer ergens naar streven.

Mijn volwassen kinderen namen recent beiden een tussenjaar. Dat schijnt heel normaal te zijn. Je gaat dan reizen, backpacken natuurlijk, in hostels logeren, achterop scootertaxi’s stappen, feestvieren en het leven vrij leven voordat alles serieus wordt.

Daar heb ik ook zin in. Ik neem een tussenjaar!

Eens kijken, hoe ga ik nu verder? Die rugzak en die scooters zijn niet echt mijn ding. Het roer om dan maar? Een B&B in Alicante? Klussen aan een vervallen landhuis? Nee. Zo handig ben ik niet. En ik houd al helemaal niet van "gasten in de watten leggen". Het zal iets anders moeten worden. Ineens weet ik het.

Toen ik vijftien was zei ik altijd: "Later ga ik op Texel wonen." Ik had daar een beeld bij van een schattig wit huisje met roze raamkozijnen. Het is inmiddels al lang later, dat huisje heb ik vooralsnog niet en het enige dat roze is, is een plastic flamingo die in mijn kleine achtertuin in de Jordaan staat. Door mijn dochter meegenomen van haar horecabaan, als restant van een tropical party.

Ik kijk naar de flamingo. Stop hem in mijn fietstas en vertrek. Ik ga op tussenjaar.

 

2. De sollicitatie

 

 

Met lange knalgeel gelakte nagels tikt de dame behendig op haar laptop. Ik zit tegenover haar in een lunchroom op Texel. Mijn fiets, die ik heb meegenomen in de trein en op de boot, staat naast de winkel. De kop van de plastic flamingo piept uit de fietstas. Ik ga alles anders doen in mijn tussenjaar, heb ik besloten.

Vandaag heb ik een sollicitatiegesprek in een damesmodezaak. Een zaak gericht op hippe dames die midden in het leven staan, veel reizen en van kleurrijke kleding houden. De winkel zelf is ook kleurrijk, er zit zelfs een passage in met vrolijke pastel getinte balkons en bloemen aan het venster, waarbij je je in een zomerse steeg in Zuid-Europa waant.

Zolang ik geen huis heb, mag ik blijven slapen in een gedeeld appartement. Boven de slager.

Terwijl de dame verder tikt op haar laptop, denk ik aan vroeger.

Ik woonde tegenover de slager in een gedeeld studentenhuis in het centrum van Amsterdam. Ik had een kamer aan de straatzijde op de tweede etage met twee grote ramen. De slager kon vanuit zijn tegenoverliggend pand recht mijn kamer inkijken.

Sinds die tijd zei ik altijd tegen mijn toenmalige vriend -inmiddels mijn man- bij alles wat maar enigszins gênant was en gezien kon worden: “Pas op! De slager.”

Nu ging ik boven hem wonen.

De dame kijkt op vanachter haar laptop, ik schrik. Ze steekt de hand met felgekleurde nagels uit en feliciteert me met de baan.

Ze wil me het huis nog even laten zien. We lopen de straat uit, ik neem de fietstas met de flamingo mee. We gaan de trap op naar een bovenhuis. Een groot royaal huis, gezellig ingericht, een beetje studenten-achtig. Ze vertelt me dat ik samen met collega’s van diverse pluimage in dit personeelshuis kan verblijven.

Spirituele dames, wereldreizigers, vrijbuiters, ze hebben één ding gemeen; ze houden van avontuur.

Ik denk weer aan vroeger. In het huis tegenover ‘mijn slager’ woonde ik ook met huisgenoten van verschillende achtergrond. Het was gezellig maar vaak ook chaotisch.

Er was een stewardess bij en een antropologe, een jongen die in een electronicazaak werkte en een jongen die hoofdzakelijk in bed lag en geloofde in ‘het eeuwige leven’.

Vaak lag er een spoor van kaas en kattengrit in huis. Het stonk er.

Ik denk weer aan rare misverstanden. Zo heb ik een keer per abuis alle kleding van mijn huisgenote bij het vuilnis gezet. Het stond keurig klaar in vuilniszakken voor de wasserette. Maar dat was dus niet meer nodig.

Een andere keer liet ik het katrol-loze raam te hard vallen waardoor het raam verleden tijd was en op straat lag.

Ik ging dus weer in een studentenhuis wonen en dit keer niet tegenover maar boven de slager.

De dame brengt me in contact met een frivool uitziende huisgenote die me verder de weg zal wijzen. Zelf vertrekt ze terug naar het vaste land. Ik zet de flamingo op het dakterras.

Mijn nieuwe huisgenote, gehuld in een lang vrolijk getint gewaad, heet me welkom en schenkt me een glas rosé in. We gaan samen op het grote dakterras zitten.

“Kom”, zegt ze, “ik vertel je alles.”

“Ik praat wel wat zachter, we moeten oppassen voor de slager.”

 

3. Borduurtijd

 

 

Mijn eerste werkdag in de kleurrijke winkel gaat van start.

Ik heb er zin in!

Tot nu toe ben ik een eendagsvlieg geweest als het gaat om bijbanen in winkels en lunchrooms. Hoe het kan weet ik niet, maar meestal word ik na de eerste dag op de een of andere manier ontslagen. Vaak met een verhaal waar ik niet veel van begrijp.

Eén keer werd ik af geserveerd op de eerste dag onder de noemer “je hebt een koek gegeten in het magazijn en dan krijgen we muizen”. Ik mocht een envelopje komen halen met het geld van de gewerkte dag. Stomverbaasd liep ik naar buiten met het envelopje en vergat te vragen waar dit nu allemaal op sloeg en hoe het dan wel moest.

Het heeft me altijd dwars gezeten, zoiets gaat mij niet weer gebeuren.

Vandaag heb ik er in ieder geval weer zin in. Wij krijgen vandaag les in een ingewikkelde machine, een borduurmachine.

Een kleurrijke dame met een evenzo kleurrijk spijkerjack vol geborduurde bloempatronen legt ons vol enthousiasme alle mogelijkheden uit van een supersonische machine. Ik hoor haar praten over allerlei extra apparatuur die je er ‘even’ aan vast kunt klikken. Het ziet er allemaal enorm ingewikkeld uit en ik begin te twijfelen aan mijn vermogens. Zou ik dit keer weer de eendagsvlieg zijn?

De dame kletst vol verve door terwijl mijn nieuwbakken collega’s om en om opgeroepen worden in verband met een ‘situatie’. Ik ben nog steeds gefocust op de machine die behalve bloemen ook alle mogelijke striphelden kan borduren.

Buiten is het windkracht 8, parasols waaien de straat op, het kledingrek is losgewaaid, passanten rapen blouses op en mijn collega’s proberen met man en macht de buitenboel weer op orde te brengen.

Binnen is het nog steeds borduurtijd, de dame kletst enthousiast door over de ongekende mogelijkheden en laat ons zien hoe je een ‘Hello Kitty poesje’ een vrolijk roze strikje kan geven in je ontwerp.

 Ik vraag me af of ze bemerkt dat ze niet meer tegen zeven maar slechts drie personen praat.

Het is vier uur. De training komt ten einde, de dame laat ons weten dat ze vandaag helaas geen tijd meer heeft om ons het technische deel ook uit te leggen, het moeilijkste gedeelte moet dus nog komen.

Moe en stuiterend kom ik in de avond in het appartement. Morgen mijn tweede werkdag.

Ik schenk mijzelf een glas rosé in om te vieren dat ik al langer in dienst ben dan ooit!

 

4. Koffietijd

 

 

Het is een prachtig weekend, de zon schijnt en het eiland is vol badgasten. Ik probeer me Duitse woorden te herinneren van de middelbare school. Ik werk hier nu al een week en voorlopig is het allesbehalve voorspelbaar.

Vandaag sta ik voor het eerst alleen in de grote kleurrijke winkel. Ik begin de dag met een koffietje, neem ik me voor, en daarna ga ik flink aan de slag. Ik loop naar het kleine keukentje en pak het waterreservoir van het koffiezetapparaat af. Er klinkt luid getoeter en ik draai me om. Voor de ingang van de winkel staat een vrachtwagen met een lading pallets, de chauffeur wil gaan lossen.

Ik kijk om me heen in de overvolle winkel en vraag me af waar ik hier in hemelsnaam pallets met dozen kan ontvangen. De chauffeur begint met een hefkarretje door de openslaande deuren de pallets al af te laden en naar binnen te schuiven. Ik kijk het maar aan waar hij dit zoal denkt neer te zetten.

Net voordat de chauffeur het eiland weer gaat verlaten, bedenk ik me dat ik hem misschien kan vragen het geheel van 30 dozen iets meer in de hoek te schuiven, omdat ik dat alleen niet kan. De man kijkt me aan alsof ik door zijn scanner ‘hulpeloosheid’ ga en strijkt over zijn hart.

Gelukkig, gered, de rest komt later, denk ik bij mezelf, nu eerst de koffie. Ik loop terug naar het keukentje. De telefoon gaat. Ik krijg een mijnheer aan de lijn die reageert op een advertentie over een partij planken. Of hij ze nu kan komen ophalen? Ik kijk om me heen en begin nu aan mijn waarneming te twijfelen. Ik sta hier toch niet in de bouwmarkt?

Nadat ik de hele winkel heb gescand op een mogelijke partij planken, schiet me het kleine magazijn achter het keukentje te binnen, misschien moet ik daar kijken. En jawel, daar staan de planken. De mijnheer -die inmiddels zelf ook gearriveerd is- vertelt mij uitbundig over een boekenkastje dat hij van plan is van deze planken te maken. Voor zijn kleindochter.

Ik knik begrijpend terwijl ik ondertussen aan koffie denk en wens hem een fijne dag met de planken.

Een volgende klant, dit keer niet voor pallets of planken, komt naar me toe om een roze bril af te rekenen. Ik sla de bril aan maar er gebeurt niets, de kassa geeft géén signaal. Ik probeer de klant uit te leggen dat het slechts een momentje duurt en denk haastig, wat ga ik nu doen?

Bellen met een helpdesk? Zoeken naar een oorzaak? Eerst de klant even helpen met een alternatieve oplossing. Ik schrijf een bonnetje en laat haar contant betalen, straks maar even kijken hoe ik dat alsnog invoer op de kassa. Dat scheelt, de klant vertrekt tevreden met de roze bril op haar neus.

Nu ik nog. Na heel wat gezoek en getreuzel aan de lijn, blijkt het euvel iets te maken te hebben met het netwerk. Een netwerkstoring, nee erger, een sluitingsprobleem. Ik krijg error, ik heb kortsluiting, maar waar dan en wat ga ik nu doen?

Het enige waar ik achter schijn te moeten komen is waar de ‘sluiting’ zit, ik kijk weer verdwaasd om me heen, ik denk weer aan koffie, ik wil koffie, ik krijg geen koffie, er is geen tijd voor koffie!

Koffie? Dat is het misschien! Het koffiezetapparaat! Ik kijk naar het contactpunt, en zie dat het water van de koffiemachine van het aanrecht is gelopen, in de contactdoos. Ik heb het waterreservoir niet goed geplaatst, er heeft iets gelekt. Dat moet ik maar even niet meer gebruiken dus.

Snel de stekker eruit. De stroomschakelaar weer omzetten in de stoppenkast.

Yes, alles werkt! Ik ben blij. En trots, dat ik het gefikst heb.

Tijd voor een koffietje!

 

Maak jouw eigen website met JouwWeb