Hoofdstuk 5 t/m 8

5. Gouden Meiden

 

 

Vanaf de eerste dag dat ik in het Texels studentenhuis logeer voel ik de connectie met mijn nieuwe collega’s. Zij zijn allemaal frivool, kleuren vooral buiten de lijntjes en hangen spirituele overtuigingen aan. Spiritueel of nuchter tot op het bot, het gaat moeiteloos samen. We leren van elkaar, grapt een van mijn collega’s. En als we niet leren, hebben we juist nog heel wat te leren.

Het doet me denken aan de serie die ik vroeger keek, vroeger toen de televisie nog maar enkele zenders had. Ik verheugde me dan op de afleveringen van de Golden Girls. Een komedieserie over vier vrouwen die samen een huishouden runden, en dat in een tijd waarin dat absoluut niet als normaal gezien werd.

Er was een hele nuchtere lange vrouw bij, Dorothy heette ze, en je had een hele dromerige vrouw die alles fout deed, die heette meen ik Rose. Dan had je nog een verleidelijke vrouw, Blanche genaamd en de moeder van Dorothy, een oud en pinnig wijfie dat altijd scherp uit de hoek kwam.

In het Texelse huis kwam ik ze allemaal tegen, wie precies wie was qua vergelijking wist ik niet maar iedereen had wel wat van die personages uit mijn serie van vroeger. En we verschilden als dag en nacht, maar juist die verschillen tussen ons gaven ons heel veel overeenkomsten.

En als je samen in een huis zit heb je misschien ook niet veel keus. Je kunt maar beter wennen aan elkaars gekke gewoonten dan je kapot ergeren, als je tenminste een leuke tijd wil hebben.

We leerden van elkaar, soms zelf ongemerkt. En met de een had ik een meer logische klik dan met de ander.

De vrouw die mij op de eerste dag zo hartelijk welkom geheten had, in haar frivole gewaad, was voor mij nog wel een uitdaging, al kon ik ook ongelooflijk hard met haar lachen.

Ik zat vaak samen met haar in het huis. Ook dit weekend is dit weer het geval. We gaan samen eten en samen naar het strand. Het is winter, het strand hebben we voor onszelf. Hoe het me gelukt is, weet ik niet, maar ik ben haar binnen tien minuten kwijt. Ik kijk achterom, ik zie haar nergens. Pas als ik richting de golven kijk, zie ik haar weer.

Ze maakt connectie met de zee.

Ik loop maar door naar de volgende strandopgang en probeer via whatsapp met haar te connecten. We gaan dus ieder ons weegs. En toch ervaar ik het als prima.

Voor de avond heeft zij een idee. We gaan samen eten, zij gaat heerlijke spruitjes klaarmaken, of ik de patat dan even haal bij de patatzaak. “Prima”, zeg ik, “ik loop na het werk eerst nog even naar het strand en daarna haal ik de patat.”

Als ik rond half 8 het huis in kom, gaat zij net naar boven, de spruitjes heeft ze al opgegeten en ze zegt alsof het doodnormaal is; “ja ik ga toch zeker niet wachten.”

O, denk ik bij mijzelf, eh.. ja… waarom ook eigenlijk? Ze heeft een bordje voor me achtergelaten, dus wat kan het ook schelen. Prima dus.

Het kan zo een scène zijn uit de Golden Girls, denk ik er wel achter aan.

Zo ook de keer dat we samen voor de megagrote televisie zitten. Zij heeft nog een superleuke serie die we kunnen kijken. Prima, denk ik. Ook al is de serie niet precies mijn smaak, het lukt me om me erin te verplaatsen. Omdat ik niet de hele week aanwezig ben, zetten we de serie op pauze als we naar bed gaan.

De week daarop kom ik na het werk, dit keer zonder patat maar met een éénpersoons kant en klaar maaltijd het huis in en ga naast haar op de bank zitten.

“Hee, gezellig”, zegt ze, “we gaan weer samen Netflixen.” Ik schenk ons een glas rosé in en zij zet de enorme televisie weer aan en start deze halverwege een totaal andere serie. Ik vraag haar waarom.

“Je denkt toch niet dat ik een week ga zitten wachten omdat jij naar Amsterdam bent?”

Oh, prima denk ik ietwat teleurgesteld. Dan kijk ik in Amsterdam wel verder als ik van de week daar ben, denk ik erachter aan.

En zo geschiedde, ik haal mijn man over om de serie met me mee te kijken en besluit weer bij aflevering 1 te beginnen zodat hij er goed in kan komen. Het was toch weer spannend, ook al had ik het begin al gezien, en gezellig natuurlijk om samen even te buizen voor ik weer naar Texel zou gaan.

Volgende week gaan we verder, er moet eerst weer heen en weer naar Texel gereisd worden. Na een druk Texels weekend kom ik moe thuis en stel mijn man voor lekker samen voor de buis te kruipen.

Mijn man kijkt me verbaasd aan en zegt: “Die serie heb ik allang uit, je denkt toch niet dat ik ga zitten wachten omdat jij naar Texel bent?”

 

6. Vrije vogel

 

 

Ik begin al aardig te settelen in mijn nieuwe leven. Het werk met alle erbij behorende ‘rarigheden’, begint zelfs bijna verslavend te worden. Het logeren in het semi-studentenhuis met mijn winkelcollega’s is allesbehalve gewoon maar ‘o-zo-gezellig’.

Maar omdat een beetje student op een dag een eigen huisje zoekt, ga ik uiteraard ook verder met mijn zoektocht naar ‘het huisje met de roze raamkozijnen’.

Alsof het zo moet zijn, het eerste huisje dient zich al snel aan op een site met Texelse huizen. Een wit en lieflijk huisje met -als ik het goed zie- zelfs zalmkleurige kozijnen, hoewel ik daar uiteraard niet op selecteer. Ik maak meteen een afspraak met de makelaar en ik sorteer een lijstje met huisjes die passen in mijn budget. Ik besluit een vriendin mee te vragen op mijn aanstaande huisjes tournee. Een kritische blik naast mijn ‘roze bril’ lijkt mij noodzakelijk.

De vriendin komt naar Texel en neemt voor de gezelligheid ook mijn hond – die inmiddels bij mijn moeder logeert- mee. Naast de hond en de benodigdheden voor de hond neemt de vriendin een mini-koepeltent, slaapmatrasjes, slaapzakken, kaplaarzen en uitklapbare stoeltjes mee. We gaan kamperend op huizenjacht.

De koepeltent wordt opgezet op een boerencamping, de slaapcompartimenten ‘ingehangen’ en de hond met hondenmat wordt in het midden geïnstalleerd. Net als alles staat en wij onze open huizen dagen willen beginnen, barst er een flinke regenbui los. Maar gauw de auto in, op naar het eerste huis.

Uit de verte is het plaatje perfect, precies zoals op de website geportretteerd. De makelaar laat ons alles zien en geeft enkele tips ter verfraaiing van het geheel. Een half afgebouwde garage kan uitstekend omgebouwd worden tot ‘master-bedroom’ en voor het verwijderen van asbest kun je een gespecialiseerd bedrijf inhuren. In de officiële akte van de woning is de benedenverdieping bedoeld als winkelruimte maar daar heeft de gemeente nog nooit een probleem van gemaakt.

De kritische vriendin schudt subtiel ‘nee’ in mijn richting.

Door naar het tweede huis op mijn lijstje. Een typisch Texels’ huisje in een lieflijk dorp. Ik ben op slag verliefd! Mijn roze bril kleurt nog wat meer roze. Dat er een wc zonder muren midden in de slaapkamer staat, kan mij niet deren. Dat de kamers boven alleen via twee losse trappen bereikt kunnen worden evenmin en dat de tuin alleen via de openbare steeg bereikbaar is, lijkt mij enkel geen probleem. De blik van de vriendin ontwijk ik subtiel.

“Het houtwerk heeft nog wel wat liefde en aandacht nodig”, hoor ik de makelaar zeggen. Dat komt goed denk ik, met harten in mijn ogen.

De makelaar lijkt mijn gretigheid te ruiken en zegt als donderslag bij heldere hemel ineens dat het huis al verkocht is, met een clausule ofzo. Ik weet niet wat hij precies bedoelt maar nu wil ik het huis nog meer!

Ik bel mijn man, mijn ouders, een aankoopmakelaar en de bank. Die nacht slaap ik voor geen meter in de toch al veel te krappe koepeltent met nattig gras en mijn te grote geurende hond naast mij. De kritische blik van de vriendin blijf ik ontwijken.

Ik kan niet meer nadenken. Het gaat allemaal te snel. De makelaar heeft mij een formulier gestuurd, ik kan voor woensdag bieden, een eenmalig bod doen, net als alle anderen die dit huis vandaag bezichtigd hebben. De beste bieder wordt de trotse eigenaar.

Ik krijg kortsluiting. Net als in de winkel laatst. Maar nu in mijn hoofd. De beslissing is te groot, de tijd te krap, mijn roze bril te roze.

Ik kom er niet uit. Ik doe geen bod.

Die avond kan ik plotseling weer lachen, de vriendin áánkijken, saté eten en rosé drinken aan het strand en slaap ik plotseling als een roos in de krappe koepeltent. Ik hóef niks meer te beslissen. De regen heeft plaatsgemaakt voor een voorzichtig zonnetje.

Ik voel me blij. En vrij.

Ik voel me zoals de naam van de boerencamping, een Vrije Vogel!

Een week later krijg ik bericht van de aankoopmakelaar.

Er heeft niemand een bod uitgebracht.

 

7. Beestenboel

 

 

Klanten heb je in soorten en maten. Sommigen willen gewoon een praatje maken of vertellen je meteen hun hele levensverhaal. Andere willen dat je stantepede alles voor ze pakt en terughangt of eisen je aandacht per direct op. Vooral Duitse toeristen hebben daar een handje van.

Mijn Duits is niet zo best meer. Vroeger had ik er goede cijfers voor op school, ik behaalde mondeling zelfs ooit een negen op mijn eindexamen, maar tegenwoordig klets ik maar wat.

Een klant komt binnen met gouden kaplaarzen met rode hartjes. Ze is Nederlands dus mijn Duitse brabbelarij kan achterwege blijven. Ik zeg; “Wat een leuke laarzen heb je aan.” De klant beaamt het en geeft er tekst en uitleg bij. “Ja, die heb ik omdat ik binnenkort kippen krijg.” Ik vraag me even af wat dat met elkaar te maken heeft en zeg maar gauw; “O ja, die passen echt pérfect bij kippen.”

Daarna komt er een Duitse klant binnen.

De Duitse dame zegt: “Haben Sie auch Schmuck für Hundeleine?” Ik heb werkelijk geen idee wat ze van me vraagt en denk erachter aan, ik sta hier toch zeker niet in een dierenwinkel. Ik stamel iets van “Hunde?”, de vrouw beaamt dat het om Hunde gaat. “Nein, I am sorry, haben wir nicht”, mompel ik.

Honden spelen een hoofdrol op Texel, overal lopen honden. Nederlandse en Duitse honden. Er zijn ook veel mensen die ze in kinderwagentjes vervoeren. Eerst dacht ik dat dat was omdat het oude hondjes waren, maar bij navraag bleek dat veel mensen dat handig vinden. Dan kun je makkelijker in een restaurant zitten.

De honden die soms in het personeelshuis op Texel verblijven zitten niet in een hondenkarretje. Ze hebben een andere eigenaardigheid. Ze kijken televisie. In het begin wist ik niet wat ik meemaakte maar ik ben er inmiddels aan gewend. Het was de bedoeling dat de honden als ze gingen slapen in de avond eerst Honden TV gingen kijken. Dat bleek geen programma voor baasjes maar een programma voor de honden zelf, met rustgevende hondenmuziek en vrolijke hondenbeelden.

Mijn eigen hond, een labrador, kijkt nooit televisie. Mijn hond kijkt vooral op zijn inwendige klok. Hij weet altijd precies hoe laat het is, om half zeven krijgt hij zijn avondeten en staat hij al -voordat ik zelf naar de keuken loop- klaar bij zijn etensbak.

Mijn hond zit ook niet in een wagentje om naar een restaurant te gaan maar mijn hond is wel uitermate geschikt voor restaurants en terrassen. Mijn hond gaat dan gewoon slapen tot we weer vertrekken.

Ik heb een ideale hond, zonder poespas. Zonder Schmuck.

Mijn hond heeft maar één nadeel. Hij springt in elke stinksloot, in jedem stinkender Fluss. Mit oder ohne Schmuck. Leg dat maar eens uit aan de Duitse klanten.

 

8. Absolutely secret

 

 

In het Texelse huis waarover de eigenaresse altijd zei “dit huis is ook jullie huis”, voel ik me goed thuis.

Zelfs de indeling van de koelkast doet me denken aan mijn vroegere studentenhuis, het huis tegenover de slager, om de hoek van het Rembrandtplein waar het altijd feest was, in het centrum van Amsterdam.

Ook in dit huis heeft ieder in de koelkast een plankje met eigen spulletjes. En aangezien ik geen keukenprinses ben, ligt op mijn plankje niet veel behalve wijn. Boven op de koelkast ligt mijn ‘noodproviand’, een bak noodles (waar je alleen water op hoeft te schenken) en een pak ontbijtkoekrepen. Ik ben van de makkelijke, ik drink oploskoffie met een plak ontbijtkoek als ontbijt.

Van de collega met wie ik vanaf dag één een enorme klik heb, leer ik alles wat ik van nature niet doe. Zij maakt yoghurt met vers fruit als ontbijt, neemt heerlijke zelfgemaakte maaltijden mee van huis en deelt alles met mij. Ik bof. Zo blijven mijn noodles nog lang boven op de koelkast staan.

Ze legt me uit waarom gezond eten belangrijk is maar vertelt ook hoe zij haar douchecabine thuis schoonhoudt. In het begin luister ik maar half en denk “wie gaat nu zijn tegeltjes na elke douchebeurt met een wissertje langs?”, het voelt als een “ver van mijn bed show”. Gek genoeg neem ik allerlei wijsheden ongemerkt toch van haar over.

In mijn huis in Amsterdam ligt ineens ook een wissertje en zelfs in mijn taalgebruik hoor ik af en toe haar uitspraken en stopwoordjes die ik nooit gehad heb.

Als je dicht op elkaar zit gaat het blijkbaar ongemerkt, je neemt dingen over, je gaat gewoonten kopiëren. En ook dit ging twee kanten op. Kwam zij in het begin nog wekelijks met een hutkoffer het huis in, aan het einde van het jaar had ze net als ik, nog maar minimale bagage mee.

We hadden de grootste lol en raakten met iedereen aan de praat. We leken in mijn beleving een beetje op Patsy en Edina uit Absolutely Fabulous, ook een van mijn favorieten toen de TV nog maar weinig zenders had. Twee middelbare dames die van god los waren en alles deden wat vooral de keurige dochter van Edina afkeurde. Roken, drinken, uit taxi’s vallen etc. Ik wilde graag een scène naspelen en we gingen met een fles rosé over een strandbank hangen, ik ondersteboven, en vroegen een Duitse vrouw om een foto te maken. De Duitse zei niks maar toen ik omgekeerd op de bank draaide met 2 glazen wijn in mijn handen en mijn collega een fles aan haar mond zette, sprak haar gezicht boekdelen.

En van het gezonde eten waarover mijn collega sprak was dankzij mijn invloed op het laatst weinig meer over. We aten gewoon patat of een bittergarnituur op het strand. De keuken van de strandtent was tegen de tijd dat wij kwamen toch meestal al gesloten.

Dat makkelijke begon wel erg de overhand te nemen, de logica van de makkelijke was, als je niks in huis hebt en de winkel is ook al dicht, dan ga je naar het café, en daar is de keuken ook dicht, dan neem je maar gewoon rosé want elke week bittergarnituur is ook niks.

En zo komt het dat we al keuvelend en lachend op rij één van een feestcafé, alsof je op het Rembrandtplein zit, overschakelen op enkel rosé. Of dat een goed idee is?

Bij het opstaan om naar het toilet te gaan voel ik het pas. Dit is nog erger dan in mijn studententijd. De laatste keer dat ik na mijn tijd als student ongemerkt zo beschonken geraakt was, was jaren terug in Amsterdam. Ik had een feestje en bij vertrek op de fiets voelde ik alles draaien. Ik belde voor de zekerheid mijn man die met onze twee jonge kinderen thuiszat en zei: “Ik ben op de Oude Hoogstraat maar ik geloof dat ik nogal dronken ben.” Mijn man wachtte me thuis op, vraag niet hoe maar ik ben thuisgekomen en daar moest ik plotseling spugen. Mijn man zette me met kleren en al onder de douche. Onze dochter van acht werd er wakker van en vroeg waarom Mama in hemelsnaam met kleren en al midden in de nacht onder de douche stond.

Dit visioen schiet door me heen terwijl ik naar het toilet waggel in het feestcafé op Texel. Hoe kom ik thuis en hoe kan ik voorkomen dat ik met kleren en al onder de douche gezet ga worden?

Mijn collega houdt me vast. Gelukkig heeft zij er ook last van, maar net iets minder erg dan ik. We proberen een rechte lijn te lopen en spreken af dat we er nooit meer over praten.

De volgende dag kunnen we de uitgeprinte foto’s van onze AbFab act niet meer vinden.

Alle foto’s die we als “Absolutely Secret” beschouwen en die we uitgebreid in het café hebben zitten bekijken hebben we daar laten slingeren op tafel. We besluiten het café voorlopig te vermijden.

In de avond zitten we op het terras van een hotel aan het strand. Vandaag gaan we gewoon keurig aan de thee.

Precies op het moment dat de eigenaar van het hotel onze thee serveert, loopt er een passant langs het terras die uitbundig naar ons zwaait. “Dat is ook toevallig", roept hij luidkeels. "Ik zag jullie net nog! Jullie hangen boven de bar in het feestcafé, in de fotogalerij!”

 

Maak jouw eigen website met JouwWeb