Hoofdstuk 9 t/m 12

9. Error

 

 

Soms lopen dingen heel anders dan je denkt.

In de winkel ben ik druk met de dagelijkse gang van zaken; het recht hangen van kleding, ritsen van jassen sluiten, dozen uitpakken en uiteraard een vrolijk praatje maken met iedere klant. Soms over kledingkeuzes maar veel vaker over van alles en nog wat waardoor er veel persoonlijke verhalen met mij gedeeld worden, bijzondere momenten.

Als ik even niets te doen heb, maak ik koffie en gluur stiekem op mijn telefoon, even kijken of de makelaar al weer iets heeft laten weten voor mijn perfecte eilandleven.

Ik krijg een mail uit onverwachte hoek, ik blijk nummer één te staan op een schattig huurhuisje, het ziet er dorps uit, landelijk, het lijkt een dorpje op Texel maar het blijkt boven de rook van Amsterdam. Het ligt vlakbij een groot water en midden in een poldergebied.

Ik krijg weer error, dit keer niet vanwege kortsluiting in de winkel omdat er dankzij mijn toedoen water de contactdoos instroomt, maar error in mijn eigen routeplan.

Dat huisje moet ik zien natuurlijk, ik bel onmiddellijk de kritische vriendin en ik hoor in haar stem dat ze haar ‘wat nu weer’ reactie onderdrukt. “Wij gaan wel even kijken morgen, ik pik je op bij het Centraal Station,” zegt ze praktisch.

De volgende dag neem ik de boot en trein en stap daarna in de auto bij de vriendin, we rijden door een prachtig gebied met een hoog ‘Texel-gehalte’. Dit is Texel zonder zee! Maar wel met een reusachtig water en dijken zoals langs de waddenkust.

We passeren in het weidse landschap een stalletje waar je eieren van de boer kunt halen. Het stalletje heet ‘De Eilandstal’. Toch een eiland dus.

Het huisje blijkt schitterend en van twijfel lijkt zelfs bij de vriendin geen sprake.

Die middag reageer ik meteen en wacht in spanning af. Ik blijf maar even in Amsterdam. En jawel, twee dagen later krijg ik bericht. Ik mag het contract komen tekenen. Is dit echt waar? Ik sta op mijn kop en pak direct het hoognodige in.

Ik ga op de fiets en neem de plastic flamingo die ik als geluksvogel even mee terugnam van het eiland mee in de fietstas. Ik neem ook meteen wat schilderijtjes mee voor het nieuwe huis, een huis is immers pas een huis als er wat van je zelf in staat.

Het is een uur fietsen vanaf Amsterdam. Ik trap redelijk door. Ik ga het contract tekenen, ik ben zo blij! Dan schrik ik en realiseer me dat ik weliswaar de flamingo maar het contract helemaal niet meegenomen heb!

Ik bel mijn zoon. Hij zucht, hoe kan je zo onnozel zijn, hoor ik hem denken. En ja hoor, hij komt me wel achterna gefietst.

Het huis is perfect, het contract kan getekend, ik ben zo blij.

De binnenboel verf ik in de volgende weken met een stoet aan hulpkrachten, alles oogt tip top. Alleen de verwarmingsmonteur nog laten komen en de tapijtboer voor het leggen van de vloeren op de eerste verdieping. De professionals van het installatiebedrijf vervangen de radiatoren en sluiten de zaak aan. Ze gaan nog even bijvullen en klaar is kees.

Ik hoor getik, gedruppel. Direct bekruipt me het gevoel van ‘error in mijn hoofd’ weer. Het zal toch niet. Dan hoor ik één van de mannen naar beneden roepen naar zijn maat: “Komen, dit gaat niet goed.” Het water loopt inmiddels met grote stralen via de contactpunten van de lichtaansluitingen door het plafond de woonkamer in. Op mijn net nieuw gelegde laminaatvloer en langs de muren van het trapportaal.

Ik ren naar de stoppenkast en zet alle elektriciteit uit. Hoe is dit mogelijk!

Het lijkt wel een aflevering van ‘Ik vertrek’.

De mannen reageren laconiek, “O shit, we hadden de ontluchtingskraantjes nog openstaan.”

In allerijl haal ik handdoeken en plastic zeilen bij mijn nieuwbakken buren en dek alles af om nog grotere schade te voorkomen. Goddank blijkt de schade de volgende dag mee te vallen en de boel droogt netjes op. Alleen het muurtje in het trapportaal nog maar een keertje witten vandaag.

Ik kan weer ademhalen. Nu de vloer boven nog. Gelukkig heb ik daar ook professionals voor die vooraf alles zijn komen opmeten en voor mij hebben besteld. Nadat de heren met het nodige gebonk en geschuur tegen de muur in het trapportaal de rollen naar boven hebben getild gaan ze aan de slag.

Ik ga koffie zetten. Misschien moet ik dat gebutste muurtje ook nog maar een keertje witten.

Dan hoor ik boven de mannen tegen elkaar roepen. “Kom even hiero, we hebben te kort.”

 

10. Het huis van iemand anders

 

 

Het is nacht, ik lig in bed. Ik ben weer in Amsterdam, bij mijn man. Overdag ben ik druk met de laatste loodjes in mijn nieuwe huisje.

Mijn man snurkt. Midden in zijn luid geronk rinkelt een mobiele telefoon. Droom ik? Mijn man neemt op. Aan de lijn is ene Piet Hein, de vader van een vriend van onze zoon. Hij belt op vanuit Oostenrijk. Zijn stem klinkt boos, hij ratelt maar door. Ik begrijp er niets van. Waarom belt deze man ons op? Ik ken hem amper.

Vanuit mijn positie hoor ik niet precies wat er gezegd wordt, wel dat de man woest is en dat mijn man, nog half slapend, probeert te begrijpen waarom dat is.
Het heeft te maken met onze zoon, zoveel begrijp ik uit het gesprek. Maar die zit helemaal niet in Oostenrijk. Langzaamaan vang ik woorden op en wordt mij duidelijk dat de man woest is omdat onze zoon een feest geeft in hun luxe villa in Amsterdam-Zuid.

Onze zoon heeft blijkbaar een sleutel van dat huis. En heeft een grote groep vrienden binnengelaten.

Dat lijkt mij op zijn zachts gezegd vreemd, een feest geven in het huis van iemand anders. Zo heb ik mijn zoon niet opgevoed, dacht ik.

Het huis van iemand anders, jouw huis, mijn huis. Zo moeilijk is het toch niet om het mijn en het dijn te onderscheiden.

Op Texel overnacht ik ook ‘in het huis van iemand anders’, het huis van mijn werkgeefster. Zij zegt daarbij steevast; “voel je thuis, dit huis is ook jouw huis.”

Ik denk niet dat mijn zoon het huis in Amsterdam- Zuid ook zo dient te beschouwen.

Hoe kom ik erachter waar dit mis is gegaan? Het feest werd voortijdig afgebroken, de politie werd gebeld, zoveel wordt me duidelijk.

Een stevig gesprek met onze zoon is er uiteraard gekomen.

Een paar weken later is het echt zover. Ik ga verhuizen. Naar het lieflijk huisje in het dorpje dat lijkt op Texel. Een onverwachte plottwist op een geweldige plek. Ik heb het ongelooflijk druk en er enorm veel zin in.

Er is geklust, geschuurd, geverfd en tussendoor ook nog gewerkt op Texel. Waarbij ik weer heb overnacht in het bewuste huis van iemand anders dat ik als mijn huis mag beschouwen.

Ik krijg er het heen- en weer van. Waar woon ik op dit moment? Soms heb ik gevoel dat ik vooral in mijn tas woon. Waar de tas staat, is mijn slaapplek.

Het is zaterdagavond, het is al laat, ik kom terug van Texel en loop in het donker naar mijn nieuwe huisje, in een kleine straat met identieke huisjes in de idyllische omgeving.

Hé, mijn man is er, het licht brandt, ik neem de achterdeur. Gezellig, denk ik bij mezelf, dan kom ik gelukkig niet aan in een donker huis en misschien is er zelfs nog iets lekkers voor mij gemaakt. Ik open de deur en de geur van karbonades komt me tegemoet. Heerlijk.

Ik plof mijn tas op de grond en ga de geur achterna. Als ik de keukendeur open, valt mij pas op dat alles ergens anders staat. Het lijkt wel gespiegeld. Ik schrik. Dan hoor ik een gil, het is de buurvrouw die haar man sommeert om onmiddellijk de politie te bellen.

11. Organizer

 

 

Van mezelf ben ik behoorlijk gestructureerd en georganiseerd. Ik kan mij amper heugen dat ik ooit ergens iets vergat, afgezien van een toilettas, die ik als tiener over het hoofd zag in het badhok van een Franse camping.

Ik voel me altijd reuze-opgeruimd, zelfs gedurende mijn verhuizing. Mijn 20-jarige zoon lijkt mijn ‘organisatie gen’ niet overgenomen te hebben, zijn handelswijze staat haaks op wat voor mij zo gewoon lijkt.

Mijn zoon gaat op reis, niet voor het eerst, zijn tussenjaar bestaat uit een aaneenschakeling van lange reizen en kortere vakanties, waarbij er tussendoor gewerkt wordt om de zaak te bekostigen.

Op de dag van zijn eerste grote reis keek ik vol verbazing naar zijn handelswijze. Een uur voordat wij hem zouden uitzwaaien lag de hele inhoud van zijn rugzak nog op de tafel verspreid en deelde hij mede dat hij er ‘straks mee verder ging’, hij ging nu eerst even met de scooter zijn vriendin ophalen. Ik kreeg er plaatsvervangende stress van.

Vanavond vertrekt hij op een vlucht naar Mexico-City. Aangezien hij nogal veel de deur uit is, bel ik hem op en maak een afspraak opdat wij elkaar straks nog even treffen om gedag te zeggen. Ik doe uiteraard alsof ik er geen enkele moeite mee heb, maar in werkelijkheid vind ik het allemaal verdraaid lastig.

Nu ik weer boven de rook van Amsterdam woon heb ik mijn freelance werk weer opgepakt. Naast mijn werk in de Texelse winkel verzorg ik weer geregeld trainingen. Morgen houd ik een presentatie. Uiteraard ben ik goed voorbereid en ik wil op tijd naar bed zodat ik morgen goed uitgerust voor de groep sta.

Mijn zoon zegt: “Ik ben nog heel even rond tien uur vanavond in Amsterdam.” Fijn, denk ik, ik pak mijn spullen in en neem de bus naar Amsterdam. Ik zorg ervoor dat ik ruim voor tienen op de bank zit in afwachting van zijn komst en ga televisie kijken. Mijn man is al in bed gaan liggen.

Mijn kleding voor morgen leg ik netjes op de stoel en mijn twee tassen voor mijn werk staan in de gang.

Om elf uur is hij er nog steeds niet en krijg ik een berichtje, ‘er zijn wat probleempjes, ben later’. Als hij tegen half twaalf uiteindelijk binnenvalt zegt hij nonchalant: “Mijn fietssleutels had ik even op het dak van een auto gelegd, maar die reed ineens weg.” Hij kon zijn fiets daardoor niet meer van het slot halen en ging dus maar lopen naar huis. Ik trek mijn bezorgde blik die door hem met een ‘wat zeur jij toch altijd’ blik wordt beantwoord. Volgens hem is er niks aan de hand, die fiets was toch allang niet goed meer.

Hij gaat zijn rugzak inpakken. Na enkele ogenblikken komt hij verontwaardigd de kamer weer in lopen om bij mij verhaal te halen. Want ‘wie heeft zijn rugzak verplaatst’, die lag immers altijd op het bankje in de hal.

Na het nodige ge-heen en weer, waarbij ik probeer mij er niet meer mee te bemoeien, gaat hij zijn zus bellen. Die uiteraard al in bed ligt en hem mopperend laat weten dat de rugzak bij haar thuis staat.

Nog even zijn rugzak halen dan maar, lopend want van een fiets is geen sprake meer. Uiteindelijk ligt alles op tafel, nu nog zijn paspoort zoeken en een berg kleren tot een handzaam pakketje omturnen.

Met verbazing over het kennelijke gemak neem ik deze zoektocht naar zijn spullen waar.

Het is al laat, ik wil op tijd naar bed maar vooral wil ik dat mijn zoon goed bepakt en bezakt vertrekt zodat ik het los kan laten.

Hij is klaar en zegt gehaast: “Mam, ik ga, maak je geen zorgen, en Papa heb ik al gedag gezegd dus laat die maar slapen, ik app als ik er ben.” Een vluchtige kus en een iets te stevige knuffel van mijn kant en weg is hij. Vrolijk zwaaiend stapt hij in een Uber op weg naar een nieuw avontuur.

Die nacht slaap ik onrustig en verbaas me over de diepe slaap van mijn man. Als mijn wekker gaat, kleed ik me vlug aan, pak mijn tas en vertrek naar de trainingslocatie.

De eerste deelnemers druppelen al binnen. Nog even mijn laptop aansluiten en we kunnen van start.

Waar is de tas met mijn laptop?

Ik schrik en realiseer me dat ik bij vertrek van huis één tas over het hoofd heb gezien.

 

12. Vogelnest

 

 

Als een koolmees in een vogelkastje eitjes heeft gelegd die uitgekomen en uitgevlogen zijn, verlaat de koolmees het nest.

Het nest is nu uitgewoond en het hok dient schoongemaakt te worden met groene zeep. Doe je dat niet, dan wordt het een broeinest voor vogelluis.

Mijn zoektocht op Texel had een huis opgeleverd, weliswaar niet op Texel maar in het dorp dat lijkt op Texel, zonder zee maar met veel water. De flamingo stond inmiddels in mijn nieuwe achtertuin te wachten op wat komen gaat.

Het Texels avontuur is ondanks dat ik na enkele maanden totaal ergens anders een huis vond gewoon doorgegaan. Het was te leuk om te laten lopen en ik kon het combineren met mijn Amsterdamse werk. Het werd mijn parttime leven op een eiland.

Het had alleen maar voordelen, zodra je het ene leven achterliet om je te verplaatsen naar het andere leven, was alles ver weg en daarmee ook alles weer mogelijk.

Mijn gepensioneerde collega en ik leken wel twee pubers die voor het eerst op eigen benen stonden, die samen aten, keten, een huishouden bestierden en lachten totdat we niet meer konden. Na het werk gingen we op in de zomerse vibes van het eiland en op de een of andere manier konden we ongelooflijk veel rosé drinken zonder met een kater op te staan. Iets wat mij in Amsterdam nog nooit gelukt was.

Maar aan alle vakanties komt een einde en ik voelde dat het mijne er al langer aan zat te komen. Ik merkte het aan alles, mijn man vond het maar vreemd dat ik behalve een eigen huis er nu zelfs een soort tweede leven op een eiland op nahield. Het was nog een wonder dat hij dit alles had toegelaten zonder tegen te sputteren, hij gunde mij mijn eigen weg. Mijn kinderen begrepen er sowieso niet veel van hoewel ze er wel hartelijk om moesten lachen.

Mijn man was niet meegegaan naar mijn nieuwe stekje. Hij bleef achter in ons oude nest. Het nest waar we met zijn vieren op een minimaal aantal meters geleefd, gelachen en gewoond hadden. Ik woonde nu in mijn nieuwe dorp, mijn dochter was al jaren het huis uit en mijn zoon vertrok plotseling naar een eigen studentenhuis. Om daar net als ik op Texel met vrienden een huishouden te bestieren, te lachen, te keten en veel te veel te drinken.

Als een koolmees in een vogelkastje eitjes heeft gelegd die uitgekomen en uitgevlogen zijn, verlaat de koolmees het nest.

Mijn man bleef dus achter op het nest. Ik moest denken aan de groene zeep en het lege vogelnest. Maar ik had nog geen tijd voor de grote schoonmaak. Ik ging immers nog steeds van mijn nieuwe stek wekelijks naar Texel, maar de scheurtjes dienden zich aan.

Het begon in de winkel met een passpiegel die in honderd stukken uiteenspatte. Datzelfde weekend waaiden er drie rekken met kleding op straat om en liep de wc niet meer door.

In de ochtend werd ik wakker met kriebel. En toen wist ik het ineens. Het werd tijd voor mij om ook dit nest te verlaten.

Als een koolmees in een vogelkastje eitjes heeft gelegd die uitgekomen en uitgevlogen zijn, verlaat de koolmees het nest.

 

Maak jouw eigen website met JouwWeb